NBSA

Onderwijsrecht: actuele onderwerpen

primair onderwijs / voortgezet onderwijs / middelbaar beroepsonderwijs / hoger onderwijs

advocaat onderwijsrecht

Nieuwsberichten

Haagse Hogeschool geeft te vroeg bindend studieadvies

Een student schrijft zich in voor een opleiding aan de Haagse Hogeschool. Op het moment van inschrijving loopt er een strafzaak tegen de student.

Het toeval wil, dat de student wordt geplaatst in een klas waarin het vermeende slachtoffer in die strafzaak ook is geplaatst. Dit vermeende slachtoffer meldt dit, waarna de student direct van het onderwijs wordt uitgesloten. Het duurt een flink aantal maanden voor de student weer wordt toegelaten.

Door de onterechte uitsluiting van het onderwijs lukt het de student niet aan de studievoortgangsnorm te voldoen. Hij krijgt een negatief bindend studieadvies (nbsa/bas). De Haagse Hogeschool geeft aan rekening te hebben gehouden met de situatie, zodat slechts een half jaar van de onderwijsperiode als uitgangspunt wordt genomen bij de beoordeling van de vraag of een nbsa kan worden gegeven. Hij heeft immers door de uitsluiting een flink aantal maanden niet kunnen studeren.

De student stelt zich, na in het ongelijk te zijn gesteld bij het College van Beroep voor de Examens (CBE/COBEX), op het standpunt dat dit niet kan. Op grond van artikel 7.8b eerste lid WHW dient de student een zekere tijd te krijgen om zijn kennen en kunnen aan te tonen. Die tijd is hem niet gegund.

Het College van Beroep voor het Onderwijs (CBHO) stelt de student in het gelijk en oordeelt dat de Haagse Hogeschool de student nog geen nbsa heeft kunnen geven. Het beroep wordt gegrond verklaard.

De uitspraak wordt nog gepubliceerd. Meer informatie is te vinden via de volgende link: https://www.cbho.nl/zaken/voortgang-van-de-zaken/in-behandeling/2019/01/zaak-2019-165-cbe

Bewijslast causaal verband persoonlijke omstandigheden negatief bindend studieadvies

Een studente aan de Hogeschool Rotterdam krijgt een negatief bindend studieadvies/bindend afwijzend studieadvies (nbsa, bsa, bas). Zij tekent hiertegen beroep aan en doet een beroep op persoonlijke omstandigheden. Zij wordt hierin ondersteund door positieve adviezen van zowel de studentendecanen als de studieadviseur. Deze organen bevestigen dat er sprake is van causaal verband tussen haar persoonlijke omstandigheden en het niet behaald hebben van de studievoortgangsnorm.

De persoonlijke omstandigheden worden door de directeur, die het studieadvies heeft uitgebracht, terzijde geschoven. Het College van Beroep voor de Examens (CBE) van de Hogeschool Rotterdam volgt de directeur in zijn standpunten. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

De studente laat het er niet bij zitten en tekent beroep aan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO). Het CBHO overweegt onder verwijzing naar een eerdere uitspraak van 16 mei 2018 (zaaknummer 2017/209) dat het niet aan de studente is het causaal verband aan te tonen nu de adviezen in haar voordeel spreken. Het beroep wordt gegrond verklaard en het studieadvies wordt vernietigd.

Uitspraak 18 april 2019, CBHO 2018/204

Overzicht

Volgen

Contactformulier

Contactgegevens

  • Parkstraat 20, 2514 JK Den Haag
  • tel: 070-3235825
  • fax: 070-3233629
  • e-mail: info@onderwijsrecht.nl

Copyright 2018 Verspaandonk Advocatuur