Een student die in het bezit is van het doctoraaldiploma behaald aan een andere universiteit, vraagt om toelating tot de masteropleiding Geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Het verzoek om toelating wordt afgewezen omdat de student op grond van de toelatingseisen in het bezit moet zijn van een bachelordiploma, behaald aan de EUR, van niet meer dan vijf jaar oud.

De student kan zich hiermee niet verenigen en stelt zich op het standpunt dat er sprake is van strijd met artikel 7.30b WHW. Het CBHO stelt de student in het gelijk en oordeelt dat moet worden onderzocht of kennis, inzicht en vaardigheden op een andere wijze actueel zijn gehouden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het College van Bestuur krijgt de opdracht te onderzoek of kennis, inzicht en vaardigheden van de student actueel zijn.

Uitspraak 6 februari 2019