Sinds coronatijd worden veel tentamens digitaal afgenomen via programma’s als ProctorExam en Proctorio. Ook worden tentamens achteraf gecontroleerd met plagiaatscanners als Urkund. In sommige gevallen leidt dat tot discussies over samenwerken.

Inmiddels heeft het CBHO geoordeeld over een aantal kwesties. In die kwesties heeft de omvang van de fraude ter discussie gestaan, alsmede de zwaarte van de opgelegde sancties.

Uit jurisprudentie volgt, ook in het geval slechts in één vraag van een geheel tentamen een gelijkenis wordt aangetroffen met het werk van een medestudent, onder gegeven omstandigheden fraude kan worden aangenomen (zie bijvoorbeeld CBHO 2020/094 CBE en 2020/101 CBE).

Studenten waarvan wordt aangenomen dat het werk vrijwel geheel samen is gemaakt, kunnen direct met een zware sanctie als een half jaar uitsluiting van het onderwijs worden bestraft. Meegewogen kan worden dat bijvoorbeeld voorafgaand aan het tentamen een authenticiteitsverklaring is ondertekend (CBHO 2020/147/CBE en 2020/151/CBE).

Of fraude voldoende aannemelijk kan worden geacht, blijft casuïstisch. Door sommige onderwijsinstellingen wordt een onvolledige deskscan als fraude gezien. Dat is echter niet per definitie het geval. Daarnaast wordt vaak fraude aangenomen, terwijl sprake is van een onregelmatigheid. Daar zit een verschil in.

Wordt u aangesproken op fraude? Neem gerust contact op om te bezien of wij hierin iets voor u kunnen betekenen.