Rechtsbescherming

Als door het College van Bestuur of de examencommissie een besluit wordt genomen waarmee de student zich niet kan verenigen, dan kan daartegen in rechte worden opgekomen.

Tegen besluiten van het College van Bestuur kan bezwaar worden gemaakt. Het College van Bestuur zal dan, alvorens tot een heroverweging te komen, een advies aan de geschillenadviescommissie vragen. Dit is een commissie die bestaat uit leden die functioneel onafhankelijk van de onderwijsinstelling zijn. Een advies van de geschillenadviescommissie is niet bindend en hoeft niet te worden opgevolgd. Het College van Bestuur zal, al dan niet met inachtneming van het advies, een beslissing op bezwaar nemen. Tegen deze beslissing staat beroep open bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (het CBHO).

Tegen besluiten van de examencommissie staat beroep open bij het College van Beroep voor de Examens (het CBE, ook wel Cobex genoemd). Het CBE bestaat eveneens uit functioneel onafhankelijke leden. Het CBE zal uitspraak doen op het beroep van de student en die uitspraak is geldend voor de examencommissie. Als een student het niet eens is met een uitspraak van het CBE, kan beroep worden ingesteld bij het CBHO. Die rechtsgang staat niet open voor de examencommissie.

Het CBHO is het hoogste rechtscollege voor het hoger onderwijs en zetelt te Den Haag. De procedure bij het CBHO is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht (de Awb). Tegen uitspraken van het CBHO is géén beroep mogelijk. Het is dus de laatste instantie waar je als student terecht kunt. Naast de gang naar het CBHO staat voor de student de civielrechtelijke rechtsgang open. Indien de student daar de voorkeur aan geeft, kan een vordering ook aan de rechtbank worden voorgelegd. Er zal per situatie moeten worden afgewogen welke rechtsgang het best gevolgd kan worden.

Het MBO kent de zogenoemde Commissie van Beroep voor de Examens. Bij deze commissie kan beroep worden ingesteld tegen beslissingen van de examencommissie of de examinator. Het MBO kent geen rechtscollege, zoals het CBHO.

De bezwaar- of beroepstermijn bedraagt zes weken. Dit is een fatale termijn, wat betekent dat het overschrijden van die termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Er hoeft dan niet meer op het bezwaar of beroep te worden beslist en het besluit staat in rechte vast. Het is dus zeer belangrijk de termijnen goed in acht te nemen. In procedures bij de Commissie van Beroep voor de Examens kan sprake zijn van afwijkende termijnen. Die termijnen vind je terug in de studiegids of de onderwijs- en examenregeling (OER).

Naast bezwaar en beroep kan de student ervoor kiezen een klacht in te dienen. Vaak heeft de onderwijsinstelling hiervoor een orgaan aangewezen, te weten een ombudsman. Daarnaast kan een student aan het middelbaar beroepsonderwijs in sommige gevallen naar De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs.